Inventarisatie MOVISIE afgerond: er moeten keuzes gemaakt worden
Webartikel, december 2007
De inventarisatieronde van MOVISIE bij de geledingen is afgerond. Opvallend is het realistische beeld dat velen hebben van de huidige situatie. Mensen zien de noodzaak om keuzes te maken in het belang van de vereniging. Zij willen iets doen, maar moeten dan wel een richting hebben. Dit biedt veel perspectief voor het Nivon als vereniging. De laatste Nivon Raad, van november 2007 heeft het proces om tot keuzes te komen versneld. <lees verder>
De vereniging op survival
Bijna de helft van de Nederlanders is lid van twee of meer organisaties. Voor elk doel, hobby, ziekte of belang bestaat een vereniging. Met elkaar vormen deze verenigingen een netwerk waarbinnen een belangrijk deel van het maatschappelijk en politieke verkeer zich afspeelt.
Echter, Nederland als verenigingsland verandert. De moderne vereniging wordt een achterbanorganisatie, waarin steeds minder leden actief zijn. Klantenbinding wordt belangrijker dan ledenband. Daarnaast kampen verenigingen vaak met een vergrijzend kader, een stroef functionerende verenigingsdemocratie en een veranderde verhouding tussen verenigingsbestuur en de professionele werkorganisatie.
<lees verder>
Het Nivon in beweging
Samen verder, Samen sterker
Artikel Toorts 4, september 2007
Tekst: Hielke Ploeg
Het Nivon is een echte voor-door-vereniging met een rijke en lange geschiedenis.
Past het Nivon wel bij jobhoppende vrijwilligers en klant-leden?
De afgelopen jaren lijkt het of we binnen het Nivon in toenemende mate moeite hebben om ons aan te passen aan de maatschappelijke veranderingen. Er zijn nog altijd zeer veel mensen actief, maar het is moeilijk om bestuurders te vinden. Actieve vrijwilligers hebben steeds minder tijd vanwege andere bezigheden. Nederland en het Nivon vergrijzen en het kost veel moeite om nieuwe groepen jongeren aan de vereniging te binden. Het Nivon is hierin niet uniek. Veel (landelijke) verenigingen in Nederland hebben te maken met vergelijkbare zorgen en vragen.
<lees verder>
Constateringen naar aanleiding van de inventarisatie MOVISIE
Adviseurs van MOVISIE hebben de tweede helft van 2007 inventariserende gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de verschillende geledingen binnen het Nivon. In het traject is de focus gelegd op besluitvorming en afstemming en op mensen en middelen. Naar aanleiding van de gesprekken en bezoeken zijn de volgende constateringen gedaan.
Een knelpunt binnen de vereniging is de uitvoering van besluiten. Er is niemand die controleert of besluiten wel nageleefd worden. Geledingen voelen zich vaak autonoom, terwijl ze toch echt tot een grotere eenheid behoren en zich hiernaar zouden moeten gedragen. Tussen geledingen is ook in toenemende mate een verschuiving merkbaar van solidair met elkaar naar zelfredzaam. Wil het Nivon tot goede besluitvorming en uitvoering komen, dan moet hier een eenduidige visie op zijn.
Wat betreft afstemming bestaan er verschillende verwachtingen ten aanzien van het landelijk bureau. In vergelijking tot het verleden is het serviceniveau veranderd door een gewijzigd personeelsbestand. Er wordt uitgegaan van verschillende principes. Bij de ene geleding is het landelijk bureau sturend, terwijl het bij de andere geleding volgend is. Geledingen hebben daarnaast eigen wensen die niet realiseerbaar zijn. Dit vraagt om het goed in beeld brengen van de verwachtingen en de ruil inzichtelijk te maken. Met andere woorden: maak inzichtelijk wat kosten en eventuele opbrengsten zijn van inzet van het landelijk bureau.
Kijkend naar de doelgroep waar het Nivon zich op richt, dan is deze op dit moment niet helder. Uitgaande van het zijn van “Natuurvrienden” en de vele buiten activiteiten met oog voor en rekening houdend met de omgeving dan past een brede, progressieve groene doelgroep bij het Nivon. Wanneer je kijkt naar het vormingselement binnen het Nivon dan zou het Nivon zich vooral moeten richten op nieuwe achterstandsgroepen. En wanneer we kijken naar het Nivon als vereniging van gelijkgestemden, dan zijn het vooral de eigen leden die als doelgroep te bestempelen zijn. Hierin moet een keuze gemaakt worden. De keuze voor een doelgroepen heeft effect op de activiteiten die georganiseerd worden en de tarieven die hieraan gekoppeld worden.
Van de middelen wordt geconstateerd dat dit een hete brij is. Binnen verschillende onderdelen, wordt een eigen beleid gevoerd. Vele verdeelsleutels zijn historisch gegroeid en zijn in de tegenwoordige tijd niet meer voor iedereen duidelijk en logisch. Daarbij komt dat er weinig zicht is op werkelijke kosten en opbrengsten. Het lijkt ook of dit niet als belangrijk wordt gezien. Wil het Nivon overleven is het een grote noodzaak om juist het inzicht in de financiën binnen alle geledingen op orde te hebben, maar ook kritisch te kijken naar de huidige structuren.
Kiezen voor de toekomst
Doorgaan zoals nu gebeurt is geen optie. Dit was de conclusie op de Nivon Raad in november 2007. Aan het Centraal Bestuur is gevraagd om in februari 2008 een nieuwe Nivon Raad bij elkaar te roepen. Op deze dag moet een keuze voorgelegd worden en met elkaar bepaald worden welke koers het Nivon moet gaan varen. Wanneer deze koers bepaald is kunnen ook de knelpunten en onduidelijkheden gericht aangepakt worden.
Op basis van de inventarisatie van MOVISIE zijn er voor het Nivon 3 keuzes te maken:
1: het Nivon als voor-door organisatie
- intern gericht
- actieve leden bepalen en dragen alle activiteiten
- bureau biedt ondersteuning met (beperkt) pakket en transparante ruil
2: het Nivon als plek voor Vrije Tijd +
- extern gericht
- investeren in pakketten/ arrangementen/ activiteiten in nauwe samenwerking met geledingen
- vereniging stuurt op hoofdlijnen
- bureau als initiator en verantwoordelijk voor de uitvoering
3: het Nivon als vormingsplek
- gericht op nieuwe achterstandsgroepen
- aansluiten op lokaal beleid, gebruik maken van subsidies
- vereniging stuurt op maatschappelijke visie
- bureau als aanjager, intern opbouwwerk
Op dit moment lopen deze drie richtingen door elkaar heen. Wil het Nivon een toekomst hebben dan vraagt het om een keuze te maken voor een van deze concepten. Hiermee bepaal je de richting van het Nivon, maar ben je tevens beter in staat het Nivon een duidelijk gezicht te geven.
Voor de extra Nivonraad op 16 februari 2008 doet het Centraal Bestuur een voorstel voor 1 van deze concepten. Wanneer hier een keuze in gemaakt is, wordt deze verder uitgewerkt. Er moet een keuze gemaakt worden. Welke keuze er ook gemaakt zal worden, deze zal voor iedereen binnen de vereniging consequenties hebben. Dit betekent dat iedereen zich hier ook bij neer zal moeten leggen, ook al is niet iedereen het ermee eens. Wil het Nivon overleven, is het van belang met elkaar dezelfde kant op te gaan.
‘De Vereniging op survival’
Het boek ‘De vereniging op survival’ van Marike Kuperus biedt een aantal overlevingsstrategieën voor verenigingen die worstelen met onder meer een afnemende ledenband. In deze publicatie vindt elke bestuurder een herkenbare analyse en strategieën om de brandende kwesties in de moderne vereniging te overleven. Met het instrumentarium uit De vereniging op survival kan de vereniging de stap zetten van overleven naar een nieuwe toekomst.
Zo kunnen verenigingen inspelen op de lidmaatschapsmotieven van hun achterban of werken aan een modernisering van de verenigingsdemocratie. Het ontvlechten van uitvoering en besluitvorming is ook een manier om in verenigingsland de kop boven water te houden. ‘De vereniging op survival’ besteedt ook aandacht aan de vereniging in haar maatschappelijke en sociale context en veranderingsprocessen binnen verenigingen zelf.
Marike Kuperus heeft als adviseur van MOVISIE een groot aantal verenigingen geadviseerd en begeleidt in hun uitdaging aan te sluiten bij de moderne samenleving.
Durf te doen: het Nivon gaat op survival
Om de problemen in een vereniging aan te pakken en aan te sluiten bij de veranderingen in de maatschappij, is het noodzakelijk een nieuwe richting in te slaan. Een nieuwe richting inslaan, vraagt LEF.
Er moet een nieuwe invulling worden gegeven aan de ruil tussen de leden en de organisatie. De verschillende doelen, activiteiten en doelgroepen van de vereniging moeten los van elkaar worden bekeken. Een nieuwe richting inslaan betekent ook de inbreng en inspraak van leden herijken en daarmee verenigingsdemocratie een nieuwe plaats geven.
Met het Nivon wordt deze weg nu ingeslagen. Verenigingsbreed gebeurt dit door middel van gesprekken met vertegenwoordigers van alle geledingen. Hieruit voortvloeiend zal door MOVISIE een advies geformuleerd worden, maar zal vooral iedereen gestimuleerd worden in beweging te komen. Ook op lokaal niveau is het niet verkeerd om kritisch naar de eigen organisatie te kijken. Durf te experimenteren en nieuwe uitdagingen aan te gaan.
Marike Kuperus van MOVISIE deed onderzoek naar de problemen van oude verenigingen in de nieuwe tijd. In haar boek ‘de Vereniging op survival’ benoemt ze duidelijke, ook voor het Nivon herkenbare knelpunten. Bijvoorbeeld: Waarom zijn mensen lid van een vereniging? Vroeger werd je lid van het Nivon, omdat je bij de ’rode familie’ hoorde. Tegenwoordig hebben mensen eerder "ruilmotieven" en vragen zij zich af of de vereniging wel iets te bieden heeft. De een wil alleen bepaalde diensten gebruiken, de ander wil juist meewerken met activiteiten en de derde wil alleen financiële ondersteuning bieden. Leden bindt en boei je door in te spelen op hun motieven. Dat kan de betrokkenheid en binding van leden met een vereniging vergroten.
Sinds januari is Marike Kuperus regelmatig te gast bij het Nivon. Tijdens de Nivonzaterdag "Samen sterker, samen verder" begin dit jaar schetst zij de situatie waar verenigingen als het Nivon in verkeren. Willen zij overleven, dan moeten zij weten waar zij voor staan en moeten zij keuzes maken. Marike prikkelt de deelnemers om na te denken waarom zij zich inzetten en ook om kritisch te zijn in wat je doet: doe je iets omdat dat al jaren zo gebeurt, of doe je de dingen die je leuk vindt? Op de Nivonraad in april stond zij er weer: 'Durf ook als buitenstaander naar je organisatie te kijken: zou ik hier actief willen worden als ik het niet kende?' Wat moet je als organisatie doen om ervoor te zorgen dat mensen wel actief willen worden. Er heerste een gevoel dat er iets moet gebeuren: 'We moeten zelf iets doen willen we veranderen'.
Nivon op survival
In beweging komen is moeilijk. Waar moet je beginnen? Het Nivon bestaat uit zoveel verschillende onderdelen. Dat maakt het lastig om met elkaar te bepalen wat er nu veranderd moet worden om voorbereid te zijn op de toekomst. Het Centraal Bestuur heeft daarom, met instemming van de Nivon Raad, Marike Kuperus van MOVISIE gevraagd een analyse te maken van de situatie waarin de vereniging zich bevindt en tegelijk de vereniging aan te zetten tot verandering. Marike gaat hiervoor groepsgesprekken aan met (wisselende) vertegenwoordigers uit alle geledingen
De eerste ronde met gespreksgroepen heeft Marike samen met haar collega Adriaan Vonk afgerond. In deze ronde zijn de knelpunten van de geledingen in kaart gebracht. “Wat mij opviel is de grote betrokkenheid van de vrijwilligers met het Nivon. Zij maken zich zorgen over de toekomst en er heerst een besef dat er iets moet gebeuren. Vooral dat laatste is van belang omdat het uiteindelijk de vereniging zelf is die beweegt. Uiteraard bestaat er ook enige terughoudendheid ten aanzien van het proces, of het wel zal lukken, dat kan niet anders.” Zij heeft wel vertrouwen dat het Nivon kan overleven: “Het brede aanbod is soms lastig voor de heldere profilering, maar toont wel dat mensen in het Nivon gewend zijn op een breed terrein zelf initiatief te nemen. Dat is een kostbare kracht die ik niet bij alle verenigingen zie. Die eigen verantwoordelijkheid gecombineerd met oog voor het collectief, is de basis voor het lef om voor de toekomst keuzes te maken.”
Oplossen en doen!
Uit de eerste ronde gesprekken kwamen twee aanknopingspunten voor versterking naar boven. In de tweede ronde zullen deze punten verder uitgewerkt worden. Het eerste punt is de besluitvorming binnen het Nivon en de behoefte aan een duidelijke afbakening van taken en bevoegdheden. Het tweede punt is de vraag hoe je (in schaarse tijden) met vereende krachten een evenwicht kunt vinden tussen enerzijds maatschappelijk en anderzijds financieel rendement.
Het valt Marike op dat de financiën als zorgpunt genoemd wordt, maar dat de gesprekken vooral over inrichting, missie en activiteiten van het Nivon gingen. Zij stelt dat wanneer je als vereniging wilt overleven in de 21ste eeuw, iedereen zich bewust moet zijn van de financiën. “In de toekomst kun je de mensen die zich inzetten binnen een vereniging als het Nivon misschien wel zien als een netwerk van ondernemende mensen die met plezier maatschappelijk actief zijn.” Financiën is een lastig onderwerp binnen verenigingen, maar het is ook een onderwerp dat in discussies onontkoombaar is.
“Je ziet binnen verenigingen als het Nivon een grote hang naar het verleden. Vroeger was er vaak veel subsidie en een groot landelijk bureau. Alles kon en stafmedewerkers hielpen mee. Nu zijn subsidies gestopt, leden aantallen gedaald en het aantal medewerkers van landelijk bureaus drastisch afgenomen. Dit betekent dat steeds meer kostendekkend gewerkt moet worden en dat bij ondersteuning meer op de kosten gelet wordt. Afdelingen voelen zich in vergelijking met vroeger tekort gedaan. Daar wordt je ook niet blij van. Het is niet stimulerend, maar ook een maatschappelijke werkelijkheid. Ook als in je eigen huishouden iemand zijn baan en inkomen verliest, moet je de tering naar de nering zetten en op een andere plek nieuw inkomen zoeken. Voor een vereniging als het Nivon is dat niet anders. Succesvol draaien van een vereniging in 2007 vraagt om een aanbod aan activiteiten dat zelffinancierend is.”
Durf te experimenteren
“We realiseren ons dat de keuze voor deze focus en voor een term als ondernemingzin binnen het Nivon ook weerstand op zal roepen. Uiteindelijk is in een organisatie als het Nivon geld een middel en geen doel. Maar realiseer je dat het [curs] niet [eindecurs] gaat om zoveel mogelijk geld verdienen, maar om succesvol te kunnen inspelen op kansen en nieuwe ontwikkelingen in de eigen omgeving. Juist door ondernemend te zijn kun je de maatschappelijke meerwaarde van de organisatie ook op de langere termijn behouden.”
Het is spannend wat er uit het traject gaat komen. Na de tweede ronde zal MOVISIE een advies uitbrengen en zullen de uitkomsten tijdens een actieve Nivon Raad gepresenteerd worden. Belangrijk is dat er iets gaat leven binnen de vereniging. “Aan de hand van de gesprekken zullen richtingen naar voren komen, maar het zijn slechts speldenprikken. Belangrijkste is dat deelnemers aan de gesprekken zelf aan de slag gaan en dat zij anderen binnen de vereniging motiveren om kritisch te kijken naar de manier waarop zij aan het werk zijn; keuzes te maken voor de toekomst en ook in beweging komen”. Dit zal niet altijd gemakkelijk zijn. “Willen jullie met elkaar veranderen en met het Nivon de survival aangaan, dan zullen jullie elkaar aan moeten durven spreken, mensen zullen dingen van elkaar aan moeten nemen. Mensen zullen niet alleen moeten [curs] zeggen [eindecurs] waar ze voor staan, maar vooral moeten [curs] staan [eindecurs] voor wat ze zeggen en hun verantwoordelijkheid nemen. Dit is niet eenvoudig en kan de nodige emotie oproepen.” Nieuwe ideeën moeten de gelegenheid krijgen om uit te groeien tot vernieuwing. Niet alles zal hierbij slagen. Een goed motto om hierbij in gedachte te houden is “Be a winner, dare to loose”. Met elkaar zullen we moeten durven experimenteren.
Marike Kuperus werkt voor MOVISIE. MOVISIE bevordert de participatie en de zelfredzaamheid van burgers, door het ondersteunen van burgerinitiatieven, vrijwilligersorganisaties, overheden en professionele organisaties. De organisatie is het resultaat van een fusie begin 2007 tussen CIVIQ, Landelijk Centrum Opbouwwerk en zes andere instellingen.


